dinsdag 29 september 2009

28-09


Vandaag gaat het over literatuur met, ik vrees, een klein accent op pedofilie. Geen Lolita (kwam ik bij het uitpakken wel tegen) maar Nederland. Tsja.

Eerst even wat algemeens.
Ik lees veel, kranten en boeken, maar dat je in vijf dagen vier keer Mme. Bovary tegenkomt, dat is toch speciaal. Hier in Nederland dus.
Liep in Frankrijk in de ziektewet, maanden, liep de bibliotheek plat, las de hele Franse 19e eeuwse literatuur (want van de 20e vind ik alleen Montherlant mooi en die hadden ze niet), die hele 19e eeuw is kommer, kwel, ellende, honger, ziekte, doodslag, you name it.. En Bovary zit daar ook bij. Vrouw van plattelandsarts, verveelt zich, gaat teveel geld uitgeven, zelfmoord als ze geen geld meer krijgt.



Wat las ik nu zojuist over Mme. Bovary? (Zo komen we trouwens op die pedo´s.) Max Pam over Han. B. Aalberse in De Armen van de Inktvis, een boek waarvan ik de lezing sterk aanraad, en daarin Buikjeswrijven. Aalberse dat is de schrijver van dat kleffe Bob en Daphne. Aalberse voelde zich verwant met Flaubert omdat Bovary ook wegens onzedelijkheid cq ontuchtigheid (ontuchtighedens schrijft Multatuli ergens) vervolgd was. Nounou.



Uhh, die foto klopt niet. In het boek is Bob 15 of zo en Daphne nauwelijks 12.

Recept, bien etonné de se trouver ensemble...
Soep van gerookte bokking
Blend goed schoongemaakte bokking met visbouillon.
Voeg visbouillon toe tot soepdikte en breng aan de kook.
Proef op peper.
Klop ei goed homogeen met room en laat het dik worden au bain Marie.
Werk door de soep.
Serveer met bieslook erover.



O ja, Pam over Aalberse: “verlaat sociaal-realisme voor de pedofiele liefhebber”.

Citaat uit Bob en Daphne. Bedenk, nogmaals, dat Daphne 12 is.
"Stel je voor: ik lig losjes uitgestrekt hè, zowat helemaal bloot natuurlijk, en dan begint hij op zijn gemak mijn ene voet te zoenen en gaat akelig-heerlijk-langzaam hoger en hoger, steeds maar zoenen en aaien en knuffelen met zijn lippen en tong, en dan.. roetsj! gaat het met opzet vlug de bocht om en langs het andere been weer naar beneden, en dan weer langzaam naar boven. En zijn ene hand is heel ver uitgestrekt en streelt de heuveltjes... dan nadert hij weer langzaam tot je het uitschreeuwt van opwinding en verlangen dat hij niet roetsj! de bocht om zal gaan, maar daar zal blijven en blijven..”

Zo denk je dan ook aan Jos Ruting, Lydia en de zwaan, wat ik ook terugvond.
Wie kent dat? Erg mooi maar controversieel want het gaat om twee meisjes van 11 of 12.
“Ik liet het rozentuintje van Pisarro zien, de oude meesters en het portret van Dionne. Helleentje dacht dat het een portret van mij was. Zij zei ´Ik dacht dat jij dat was´. Zij vindt dat ik op mijn zusje lijk Ik gaf haar een zoen op haar voorhoofd. Dionne kan niet mooier zijn dan ik ben maar haar gezicht is verheven en mijn gezicht is beschadigd door dierlijke trekken, ik kan ze niet verbergen. Die trekken zijn ontstaan door mijn heidense natuur, door mijn omzwervingen in de rietmoerassen van het verderf, in het verraderlijke veen, mijlen ver achter het laatste bord: Streng verboden toegang, levensgevaar.
Helleentje durfde zich niet uit te kleden. Ik sloot de slaapkamer en ik zei: Ga in de hoek staan, je bent stout, je hebt haartjes. Helleentje lachte zenuwachtig. Zij veegde tranen weg en zij ging in de hoek staan. Ik deed haar jurk uit en alles, behalve haar witte broekje, dat moest zij zelf uitdoen. Helleentje was erg gedwee maar zij durfde niet. Ik gaf haar een klap op haar blote been.”

Je kan zeggen wat je wil, maar dit is allemaal erg mooi geschreven, en ik ga nog even door.



“´Schiet op` zei ik. Haar linkerarm hield zij voor haar borstjes, met haar rechterarm veegde zij langs haar ogen. Helleentje was niet naakt, zij was verschrikkelijk bloot, heel anders dan toen wij wild dier speelden in brandnetelbossen, heel anders dan toen wij sneeuwballen gooiden met alleen laarsjes aan; toen ik zilver-violet was van de kou, met oranjevlekken op mijn knieën toen ik voor de groene schutting stond en Agatha haar mooiste kleurenfoto maakte. “
...
“François Villon” zei Helleentje, “hij heeft het koud, hij moet naar bed, hij mag in bed, hè Lydi?’ Helleentje opende het venster met de ijsbloemen, ik kwam in het huis in een veilige warmte, ik herkende de kamer en het bed, ik herkende Helleentje met François Villon. Ik deed de deken als een luifelhoedje om haar gezicht, zij mocht het niet zien dat ik mijn jurk uittrok en al mijn goed over een stoel gooide. Het gezicht van Helleentje in mijn kussen, het lokkige haar, dik op haar voorhoofd, het was van haar, het was van mij. Langzaam begon mijn hand de lange lijn van haar hals te volgen, haar kin, haar mooie mond, haar mooie wenkbrauwbogen, haar lieve wangen. Helleentje.
“Huil je?” vroeg zei, “Wij zijn toch niet boos”.
Helleentje keek langs mij.
“Ik dacht aan het lucifermeisje” zei ik. “Het was zo koud op de kerstavond in de sneeuw, ze zat tegen een muur”.
Helleentje tilde François Villon op de deken en zij legde een klein wit kledingstuk op zijn rug.
“Hier hoor” zei zij, “daar mag je mee spelen”.

Nog heel wat onbekende en prachtige boekjes uitgepakt. Niets is poëtischer dan de waarheid, schrijvers over Multatuli. Opvallend: hoe onbekender ze zijn hoe meer ze over zichzelf praten. Hier mijn hand en dáár je wang, correspondentie Heere Heeresma en Laurie Langenbach. Het Verdriet van België (niet erg onbekend en meesterlijk). De Geschiedenis van de Langobarden. Sue Townsend. De Eilanden. De pen in gal gedoopt. Praetvaria (Elias woonde naast een tante van mij). Terug naar Negri Pan Erkoms. The Annotated Alice (Karel van het Reve had het ook). Cuisine Flamande (Edmond van der Busche; Marieke waar bent gij). Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp (een parodie op De Avonden).



Han de Wit

HH aan LL:
“Rijdend door een van steenslag vervuld landschap waaruit alle leven zich eeuwen geleden al heeft teruggetrokken, bereikt u tenslotte, eenzaam en zeer alleen, tegen de avond die vol is van een kil soort noorderlicht, het al jaren verlaten huis met zijn in de wind klapperende luiken, door stof ondoorzichtige ramen en knarsende sloten, om dan, op het ijzigkoude toilet, te ontdekken dat de bril onder u warm is. Kijk, dat stemt pas tot nadenken.”

Vond ook Innerlijk gefluister van Wilma Voorneveld.



Morgen meer...